Interview

Dit artikel hoort bij: Panorama Nederland in de Praktijk 2: Nabijheid

“We hebben het hele ecosysteem van ondernemingen nodig”

Tekst Margit Kranenburg
Foto Guido Pijper, Platform 31

Wat voor mensen geldt, geldt ook voor bedrijven: ze zoeken elkaar graag op. Bij elkaar vormen ze weer een aantrekkelijke kluwen voor andere bedrijven. Zo ontstaat de kracht van de massa. Voer voor planologen die dromen van gericht beleid. Individuele bedrijven maken hun eigen afweging. Hierover spraken we met planoloog Marloes Hoogerbrugge van kennisinstituut Platform31, Alexander Klöpping van Blendle en Marcus Fernhout van CIC Rotterdam.

Marloes Hoogerbrugge

Marloes Hoogerbrugge (1985) studeerde planologie en volgde een Master Metropolitan Studies waarvoor ze in Londen verbleef. Ze werkt bijna tien jaar bij kennis- en netwerkorganisatie Platform31 waar ze projectleider ruimte en economie is. Daarnaast is ze als onderzoekster verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Nederland profiteert van netwerk aan steden

Een miljoenenstad heeft Nederland niet. Amsterdam is geen metropool als Londen of Parijs. Maar het stedennetwerk van Nederland heeft bedrijven voldoende te bieden, vindt planoloog Marloes Hoogerbrugge van kennisinstituut Platform31. En het is er ook nog goed wonen.

Toch jammer dat we niet zo’n stad van magische proporties hebben.

“Ja, zo’n enorme stad heeft agglomeratiekracht, de kracht van de massa. Die biedt voordelen voor bedrijven, zoals goede voorzieningen. Er zijn ook nadelen, zoals vervuiling, criminaliteit en files. Maar Nederland heeft met de Randstad een eigen stedelijk netwerk met steden die goed met elkaar verbonden zijn. In plaats van agglomeratiekracht kun je in ons geval spreken netwerkkracht. Natuurlijk is een grote, bekende stad ook een visitekaartje voor een bedrijf, zeker internationaal. Voor je imago kan een postadres in Amsterdam goed zijn, aantrekkelijker dan bijvoorbeeld Nieuwegein.”

Waarom zoeken bedrijven elkaar op in steden?

“Bedrijven zoeken de nabijheid van gelijksoortige bedrijven, zoals de banken aan de Zuidas in Amsterdam, omdat dat voordelen heeft. Je kunt er je concurrenten in de gaten houden, er komen ook toeleveranciers en bedrijven die gespecialiseerde diensten leveren. De voordelen van clustering geldt bijvoorbeeld ook voor de High Tech Campus Eindhoven. Daar delen bedrijven voorzieningen en nemen ze afgestudeerden in dienst van de opleidingen daar.”

Is een stad als vestigingsplaats niet heel duur?

“In Nederland valt dat juist mee vergeleken met bijvoorbeeld Londen. Ook wonen in de stad is nog enigszins betaalbaar, dus medewerkers kunnen nog redelijk dicht bij hun werk wonen. Daar zit overheidsbeleid op, er is altijd een percentage sociale huur in steden. En dat is ook goed, zo is het centrum van een stad niet alleen betaalbaar voor de elite. Steden bieden ook diversiteit en hebben rauwe randjes. Die ‘urban buzz’ hoort erbij. Steden trekken mensen aan die juist niet in een rustige Vinexwijk willen wonen.”

Maar wat als je medewerkers echt niet in de stad willen wonen?

“Ja, er is ook een trek de stad uit of de Randstad uit. Steden als Zwolle, Breda en Nijmegen worden populairder. Dat kan dankzij goede verbindingen en ook dankzij de digitale bereikbaarheid. Veel mensen kunnen deels vanuit huis werken. Ik ben erg benieuwd of dat doorzet als we na de coronacrisis terugkeren naar het normale. Mensen houden toch van groen en we hebben nu nog groen tussen de grote steden. Daarom vind ik het persoonlijk geen goed idee om de hele Randstad vol te bouwen.”

Wat kan er nog beter aan de stedelijke bedrijvigheid?

“We moeten er goed op letten dat steden alles bieden. De strijd om de ruimte is een interessant vraagstuk. Daar kun je als overheid in principe beleid op loslaten. Je kunt kiezen waar je woningen wilt en waar bedrijvigheid. We hebben het hele ecosysteem aan ondernemingen nodig in een stad. Niet alleen de grote bedrijven en de hippe bureautjes met laptops, maar ook de echte maakbedrijven. Dat is belangrijk voor een circulaire economie.

Bedrijven zelf kunnen de krachten bundelen en zo meer van elkaar profiteren. Een ideaalbeeld is de circulaire stad. Een stad waar bijvoorbeeld het ene bedrijf kan profiteren van de restwarmte van het ander bedrijf. En waar bedrijven hun afvalstromen bundelen of samen iets opzetten om te recyclen.”

Marcus Fernhout

“Serendipiteit is bijzonder effectief voor een bedrijf”

Marcus Fernhout haalde het Amerikaanse Cambridge Innovation Center (CIC) naar Rotterdam. Het bedrijf dat onderdak biedt aan vooral start-ups zit in het Groot Handelsgebouw naast Rotterdam Centraal. Daar trek je volgens hem talent aan en daar ontmoet dat talent – al dan niet toevallig – weer ander talent.

“De locatie is van vitaal belang voor ons. Tegenwoordig is dé bepaler voor de vestiging van een bedrijf de toegankelijkheid van talent. Bedrijven groeien op lange termijn door het kunnen aannemen van het beste personeel. Hiervoor is aantrekkelijkheid en bereikbaarheid voor personeel en de nabijheid van talentfabrieken zoals universiteiten cruciaal. Voor ons is dit Rotterdam met de Erasmus Universiteit en ook de universiteiten in Delft en Leiden.

Nabijheid van andere bedrijven is erg belangrijk voor innovatie en vitaal voor de groei van een ecosysteem. Dit is niets nieuws. Talloze studies hebben al laten zien dat nabijheid werkt. Een studie van het iconische Bell Laboratories in New Jersey toonde dat wetenschappers in dezelfde gang ruwweg dertig keer meer kans op samenwerking hebben dan wanneer zij op twee verschillende etages zitten.

Ook serendipiteit is bijzonder effectief voor een bedrijf. Toevallige ontmoetingen kun je ook organiseren. Hoe meer verschillende achtergronden en expertises hoe beter, de gemene deler is nieuwsgierigheid. Ik vind het zelf ook erg fijn om me met veel verschillende mensen te omringen, het houdt me scherp. Wij proberen per volgroeide locatie jaarlijks rond de duizend activiteiten te organiseren om zo onze cliënten in contact te brengen met talent. Dat is eenvoudiger als dit op een plek gebeurt waar al veel mensen samenkomen.

Bij de keuze voor een vestigingsplek speelt ook de transitie van vervuilende naar duurzame transportmiddelen mee. Wij zitten bij een OV-knooppunt en dat willen onze cliënten ook. Onder en bij het Groot Handelsgebouw zijn honderden parkeerplekken. Ik kan op twee handen tellen hoeveel plekken voor het personeel van onze cliënten zijn gereserveerd, op de meer dan duizend mensen die bij ons werken. De auto is minder belangrijk voor de nieuwe generatie, ik heb ook geen auto.

Voor een individueel bedrijf is het ontzettend kostbaar en energieconsumerend om alles zelf te organiseren. Het delen van faciliteiten zoals infrastructuur en de organisatie van serendipiteit is een eenvoudiger methode. Hoe groter de schaal, hoe eenvoudiger het is om diversificatie, aantrekkingskracht op talent en kwaliteit te creëren. Een kritische massa geeft per definitie een tipping point voor aantrekkingskracht weer. Daarom ontwikkelt CIC voor een geografisch gebied als dat van Nederland maar één locatie. Deze moet dus voor de komende honderd jaar de beste plek zijn. Voor ons en onze doelgroep is onze locatie de silver bullet.”

Marcus Fernhout (1980) is een succesvol pionier op het gebied van bedrijfsverzamelgebouwen. Voordat hij directeur van CIC Rotterdam werd, maakte hij met zijn bedrijf CODUM van leegstaande panden gemeenschappen voor creatieve ondernemers. Voor het ministerie van BZK zit Fernhout als een van de drie experts in het zogeheten O-team dat lokale overheden adviseert over complex ruimtelijke vraagstukken.
 

Alexander Klöpping

Dankzij een spreadsheet elke dag door Hoog Catherijne; Blendle koos voor Utrecht Centraal

Online nieuwskiosk Blendle groeide in Amsterdam uit zijn jasje. CEO Alexander Klöpping moest op zoek naar een nieuwe ruimte met meer werkplekken. Dat was zowel een eenvoudige opgave, als toch even slikken.

“Het was heel praktisch. We hebben gekeken waar iedereen die bij Blendle werkt woont en dat in een Excell-sheet gestopt. Toen kwam Utrecht eruit als meest centrale plek. Nog preciezer: Utrecht Centraal. Onze medewerkers willen niet van het station óók nog een bus moeten pakken of ver lopen. Nu lopen we in vijf minuten van het perron naar onze werkplek.

Natuurlijk zou ik ook wel aan een mooie gracht willen zitten, in een pand met een dakterras. Als ik nu naar buiten kijk heb ik een redelijk Oostblokuitzicht, daar krijg ik geen inspiratie van. Maar ja, een mooie locatie is duurder en betekent vooral verder lopen. De arbeidsmarkt voor techpersoneel is oververhit, dus een handige locatie is belangrijker.

Van Utrecht zelf genieten we niet per se. We gaan niet dagelijks in de stad lunchen ofzo. Maar het is fijn dat het kan, dat we niet op een industrieterrein zitten. Wat ik een onverwacht voordeel vind is dat we elke dag gedwongen door winkelcentrum Hoog Catherijne lopen. Daar loopt iedereen, dat is de echte wereld, voor al die mensen maken we ons product. Als je als startup bij andere startups zit in coworking spaces in de stad, dan kom je geen normaal mens tegen. Dan blijf je in je bubbel.

Als ik nu een nieuw bedrijf zou beginnen, dan koos ik misschien eerst voor een mooie locatie in de stad waar ik woon. En dan mensen aannemen uit de stad zelf. Over een tijdje gaan we ook zien wat het thuiswerken echt betekent voor de organisatie van bedrijven. Ook al is Blendle er als techbedrijf al op ingericht, alleen maar thuiswerken blijkt niet ideaal. Voor programmeurs is het misschien handig als ze een goede werkplek hebben en geen afleiding. Voor het creatieve deel van het bedrijf is het fijn om elkaar tegen te komen. Creativiteit vinden mensen met elkaar, dus op kantoor.”

Alexander Klöpping (1987) is internetjournalist, tv-presentator en een van de oprichters van Blendle, het platform waar abonnees nieuws en achtergrond krijgen uit meer dan dertig kranten en tijdschriften.