Inleiding

Dit artikel hoort bij: Panorama Nederland in de Praktijk 2: Nabijheid

Het einde van ‘verder = beter’ is nabij

Tekst Daan Zandbelt
Foto Iris van den Broek

Nabijheid

Johan Cruijff had het kunnen bedenken: hoe meer keuze om de hoek, des te minder reden om verder te rijden. Steeds meer mensen raken hiervan bewust, zeker in deze bizarre coronatijd, zo stelt Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving Daan Zandbelt. Nu we zo veel mogelijk thuis blijven, ontdekken velen de kwaliteiten van de directe woonomgeving. Tijdens ommetjes ontdekken we het groen om de hoek. Een goede buur blijkt liever, dan die verre vriend. Nu lokale ondernemers dreigen te verdwijnen, zien we pas hun waarde.

Daan Zandbelt © Arenda Oomen

Panorama Nederland in de Praktijk verplaatst

De bijeenkomst Panorama Nederland in de Praktijk wordt verzet naar 24 september. Het event was gepland op 24 juni, maar vanwege de coronacrisis hebben we moeten besluiten de bijeenkomst te verzetten.

Helaas kunnen we nu niet voorzien hoe de situatie zal zijn in september. De vraag of we dan weer mogen samenkomen, is nu nog niet te beantwoorden. Het enige dat we u kunnen toezeggen, is dat we die dag de tour van Panorama Nederland afsluiten: is het niet gezamenlijk op het Marineterrein in Amsterdam, dan zoeken we naar mogelijkheden om u online een interessant programma thuis aan te bieden.

Op de hoogte blijven over deze dag? Schrijf u dan in voor de nieuwsbrief van het College van Rijksadviseurs.

De Cruijffiaanse wijsheid gold ook al voor het coronatijdperk, blijkt uit onderzoek. Dat zit zo. Hoe meer inwoners en banen binnen fietsafstand (3 kilometer), des te minder kilometers maakt een Nederlander dagelijks. Een inwoner van Uden reist dus meer dan een Utrechter en minder dan een iemand uit Usquert. Omdat tripjes in de stad korter zijn, wordt hier ook meer gelopen en gefietst. Maar da’s logisch. Want waarom zou je nog in de auto of trein springen als alles wat je nodig hebt, al om de hoek te vinden is? Of dat nu een baan, opleiding, winkels, zorg, cultuur of frisse neus is. Alleen als dat wat van ver komt daadwerkelijk de reis waard is.

Maar al decennialang subsidiëren we als maatschappij dat verder áltijd beter is. Door middel van het reiskostenforfait en grootse infra investeringen gingen we steeds verder van ons werk wonen, In 1985 woonde de gemiddelde Nederlander nog 11,7 km van zijn werk, inmiddels is dat opgelopen tot ruim 22 kilometer. Een afstand die (uitzonderingen daargelaten) niet dagelijks te fietsen is.

"Met nieuwbouw kan het reisgedrag van de directe omgeving worden beïnvloed. In zowel stad als dorp."

Minder mobiliteit dankzij verdichting

Het einde van ‘verder = beter’ is nabij. Want het nabijheidsvoordeel blijkt actief inzetbaar. Met nieuwbouw kan het reisgedrag van de directe omgeving worden beïnvloed. In zowel stad als dorp. Zo kan de herontwikkeling van de Haagse Binckhorst, het reisgedrag van omliggende buurten helpen beperken. Omwonenden zullen gebruik maken van de nieuwe voorzieningen, werkgelegenheid en andere kwaliteiten. Voorzieningen verderop zullen ze vaker links laten liggen. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.

Dat dit effect echt zoden aan de dijk zet, blijkt uit het onderzoek voor de regio Amsterdam. De grote verstedelijkingsopgave (van een kwart miljoen woningen en een kwart miljoen banen) kan leiden tot een daling van het totale aantal autokilometers van de regio. Dat hoeven echt niet allemaal stadsappartementen te zijn, het lukt zelfs met woningen met een tuin.

Maar hoe zit dat dan met corona? Nabijheid klinkt nu onwenselijk. Sommigen opperen om de stad te vermijden. Dat doet mij denken aan naoorlogs Amerika. Waar Ludwig Hilberseimer zo bang was voor de atoombom dat hij plannen ontwikkelde voor zo’n verspreide verstedelijking dat het werpen van een atoombom de moeite niet waard zou zijn. Dit plan werd daadwerkelijk de planologische koudeoorlogstrategie van de VS; bestaande uit een snelwegenplan, gesubsidieerde elektriciteit en brandstoffen, steeds grotere koelkasten, auto’s en winkelcentra. En een steeds grotere afkeer van dichtheid. Er bleek geen effectievere strategie om succesvolle Amerikaanse steden kapot te maken en tal van ongewenste sociaaleconomische effecten op gang te brengen.

Pandemie stedenbouw

In plaats van plannen te baseren op angst, kunnen we in mijn ogen, beter onze kennis en expertise inzetten om tot praktische oplossingen te komen. Toen eind 19e eeuw cholera uitbrak in industriesteden zijn we gelukkig niet de stad uit gevlucht, maar trokken civiel-ingenieurs op met artsen en ontwikkelden riolering en drinkwatersystemen in de strijd tegen de pandemie. Het vakgebied stedenbouw was geboren. Dit groeide uit tot de Woningwet, Volkshuisvesting en later Licht, Lucht en Ruimte, als leitmotiv voor moderne architectuur.

Les voor de 21e eeuw

Laten we deze les vertalen naar de 21e eeuw. Vrijwel alle grote kwesties waarvoor we als maatschappij staan, zijn gebaat bij meer nabijheid. Dit heeft een positief effect op:

  1. Economische innovatie en agglomeratiekracht
    Nabijheid blijft cruciaal” voor economische innovatie, stelde René Buck onlangs nog. Volgens Edward Glaeser maken steden ons “rijker, slimmer, groener, gezonder en gelukkiger”. Dankzij de nabijheid van andere mensen en de mogelijkheden die daarbij ontstaan.
  2. Klimaatadaptatie
    Verdichten en vergroenen gaan hand in hand met een mobiliteitstransitie. Door verdichting zijn er minder auto’s en verharding nodig en is er meer ruimte voor vergroening. Dat draagt bij aan verkoeling en het opvangen van piekbuien.
  3. Energietransitie, natuur en landschap
    Minder autokilometers betekent minder CO2, stikstof en minder zonnevelden en windparken.
  4. Kansengelijkheid
    De buurt waarin een kind opgroeit heeft invloed op het inkomen dat het later bereikt.” Want het is niet erg als je ouders minder opleiding of inkomen hebben. Dat wordt pas een probleem als geen enkel kind in je klas of straat ouders heeft met een ander perspectief op het leven. Zet daarom in op gemengde wijken.
  5. Sociale cohesie
    Dit type nabijheid biedt ook vitale beroepen, zoals de leraar, verpleegkundige en politieagent, de kans om dichtbij hun werk te wonen.
  6. De rijksbegroting
    Dankzij de overall sociaaleconomische effecten zijn er minder uitgaven, aan onder meer infrastructuur, en meer belastinginkomsten dankzij economische groei.
  7. Landbouw
    Boeren profiteren omdat ze een betere boterham verdienen door rechtstreeks aan consumenten te leveren in plaats van voor de wereldmarkt te produceren.
  8. Krimpgebieden
    De leefbaarheid in krimpgebieden wordt op peil gehouden door voorzieningen te clusteren in Kulturhusen en - in plaats van inwoners - bezoekers te trekken uit de nabijgelegen grootstedelijke regio’s. Want waarom zou je twee keer per jaar het vliegtuig pakken als je in eigen land al heerlijk kan ontspannen?
  9. Volksgezondheid
    Fietsers leven langer dan automobilisten. Dat zien steeds meer steden: “Milaan gaat versneld fietspaden aanleggen, net als elders in Europa.”
  10. Pandemieën
    Last but not least draagt nabijheid bij aan onze strijd tegen pandemieën. Dankzij groter draagvlak scoren medische voorzieningen en reactiesnelheid beter in stedelijke regio’s. Bovendien heeft de massale mondiale mobiliteit de huidige pandemie vergroot en versneld.

Daarom dient Nabij het nieuwe normaal te worden. Het is niet verboden om ver weg te gaan. Voor je werk, hobby of op vakantie. Maar vermijd dagelijks ver reizen en laat het steeds een bewustere keuze worden, als een alternatief voor het ‘nieuwe normaal’. Je gaat het pas zien als je het doorhebt.