Tekst Saskia Naafs
Foto Gerritjan Huinink

Kennis, inzichten en ideeën

Panorama Lokaal heeft de stadsrand op de kaart gezet. Zeven opdrachtgevende coalities hebben ervaring opgedaan met het koppelen van opgaven en belangen in verschillende stadsranden. Daarnaast zijn er 21 ontwerpteams die nu getraind zijn in deze nieuwe opgaven. Tezamen leveren ze een schat aan kennis, inzichten en ideeën, waar de rest van Nederland op voort kan bouwen.

Kansen stadsrand staan op de kaart

Dankzij de prijsvraag is de stadsrand met zijn specifieke deelopgaven en kansen beter in beeld gekomen bij beleidsmakers, ontwikkelaars, corporaties, ontwerpers en bewoners. Het gebied ‘aan de rand’ dat vaak tussen wal en schip valt, is met deze prijsvraag in de schijnwerpers gezet. Het gaat in deze suburbane wijken niet alleen om wonen, maar ook over leefbaarheid, sociale cohesie, duurzaamheid, klimaatadaptatie, waterbeheer, biodiversiteit, voedselproductie, natuur, sport, recreatie, nieuw ondernemerschap, mobiliteit en energie. Er is ruimte om te experimenteren en om opgaven aan elkaar te koppelen. Met een integrale aanpak van deze wijken in samenhang met de stad en het buitengebied, valt veel te winnen. De prijsvraag slogan, ‘Klopt! Hier liggen kansen’’ is daarmee bevestigd. Panorama Lokaal heeft de stadsrand op de agenda gezet en een kennisnetwerk op gang gebracht.

Plan Tiboka - Tilburg Noord

Ruimte voor verdichting is ruimte voor kwaliteit en differentiatie

In de wijken uit de jaren 60, 70 en 80 aan de randen van de stad is vrijwel altijd ruimte voor verdichting. De ontwerpteams hebben overtuigend laten zien dat verdichting niet ten koste hoeft te gaan van groen, en ook niet van het woongenot van huidige bewoners. De plannen tonen dat je fijnzinnig bij kunt bouwen en daarmee de bestaande wijk kunt versterken. De ontwerpteams kiezen ervoor om het woningaanbod te differentiëren, door sloop/nieuwbouw, aanbouwen, optoppen of splitsen, en het toevoegen van nieuwbouw. Met een rijk scala aan woontypologieën - van enclaves in het groen tot stadse appartementen, van starters- tot seniorenwoningen, en van hofjes tot nieuwe erven – laten de ontwerpers zien dat er meer mogelijk is dan het standaard rijtjeshuis met tuin of de portiekflat. Zo maken ze wooncarrières in de wijk mogelijk, zorgen ze voor een gemengde bevolking, en voor meer levendigheid, draagkracht en sociale veiligheid in de wijk. De grote bouwopgave waar Nederland voor staat, kan samengaan met het verbeteren van bestaande wijken aan de rand van de stad. Denk bij verdichten wel aan de noodzaak voor goede verbindingen met het stadscentrum en aan regionale ov-verbindingen.

Benut de openbare ruimte als verbinder

Stadsranden kunnen een betere overgang van stad naar land mogelijk maken door een slim ontwerp van de openbare ruimte. De ontwerpteams trekken het landschap de wijk in door betere verbindingen te maken met bos, weiland, water, of strand. Groen en water worden de wijk in geleid, oude landschappelijke structuren hersteld. Zo versterken ze de leefbaarheid en de identiteit van de wijk, maar dragen ze ook bij aan biodiversiteit, een gezonde leefomgeving, en aan klimaatadaptatie (denk aan regenwateropvang, of het tegengaan van hittestress en droogte). De plannen laten prachtige (rand)parken, productief groen en openbare ruimte met een hoge kwaliteit en biodiversiteit zien. Een goede openbare ruimte is essentieel gebleken tijdens de coronatijd, om te kunnen wandelen, sporten, verpozen, en elkaar ontmoeten. De openbare ruimte is het sociale cement van onze steden, en juist in sociaal zwakke wijken waar de eenzaamheid groot is, is die van levensbelang.

Westwijk Rooted
Westwijk Rooted

“Ontwerpers zijn zich ervan bewust dat je een transitie niet afdwingt, maar dat je mensen hierin mee moet nemen.”

Door samenwerken belangen koppelen

De prijsvraag heeft bij de coalitiepartners (gemeenten, waterschappen, woningcorporaties, zorginstellingen, bewonersverenigingen, Staatsbosbeheer, ontwikkelaars) geleid tot meer wederzijdse kennis en begrip en tot betere samenwerkingen. De kracht van een goede samenwerking begint bij het gezamenlijk formuleren van de juiste vraag. Gemeenten hebben hierin een belangrijke regierol: zij bewaken het algemeen belang en moeten helpen de opgaven te definiëren, de samenhang bewaren, bewoners bij processen betrekken, en duidelijke kaders stellen voor ontwerpers. Het zou goed zijn als gemeenten een afgewogen vervolgopdracht kunnen geven aan de winnende teams, in stappen en deelprojecten die zowel het langetermijnperspectief als de pilotprojecten meeneemt.

De integrale aanpak van ruimte roept wel de vraag van verantwoordelijkheid op: welke partijen pakken planvorming en beheer op (denk aan de gemeente, maar ook aan het waterschap, Staatsbosbeheer, natuurorganisaties, bewoners, woningcorporaties) en wie draagt de kosten van welke onderdelen? Wat dat betreft zouden de nu gevormde coalities ook in de vervolgfase zoveel mogelijk in overleg moeten blijven.

Schakel tussen schaalniveaus

Denk groot, maar begin klein. De ontwerpteams hebben zich stuk gebeten op grote opgaven als woningnood, klimaatadaptatie, energietransitie en vergrijzing. Opgaven die op langere termijn spelen. Opgaven die vaak ook botsen met meer korte termijn handelen van overheden, maatschappelijke partijen of investeerders. De ontwerpers hebben laten zien hoeveel winst er te behalen is door juist wel die grote opgaven en de lange termijn te adresseren, en dat dat ook kan door met kleine ingrepen alvast aan de slag te gaan. Ingrepen die zichtbare verbeteringen met zich meebrengen voor de wijk en haar bewoners. Dat kan zoiets kleins zijn als het opknappen van groenstroken, maar ook het opzetten van een wijkbedrijf of een energiecoöperatie. Voor ‘radicale veranderingen’ worden opvallend vaak proef-ingrepen voorgesteld, denk aan deelauto’s, een voorbeeldboerderij, een testblok. Ontwerpers zijn zich ervan bewust dat je een transitie niet afdwingt, maar dat je mensen hierin mee moet nemen. Met kleine stappen kun je grote einddoelen dichterbij brengen. Wat nog relatief weinig aandacht kreeg in de ontwerpplannen, is hoe het schaalniveau van de wijk zich verhoudt tot dat van de stad en de regio. Dat is een aandachtspunt voor het vervolg.

Werk samen met bewoners, verplaats je in hun situatie

Zonder bewoners te betrekken, zijn grote ontwerpingrepen gedoemd te falen. De ontwerpers beseffen dat je bewoners mee moet nemen in je plannen. Dat vergt luisteren naar bewoners, maar ook het omzetten van ideeën naar concrete ontwerpen. Verbeeldingskracht is essentieel in het meekrijgen van bewoners in transities. Het is de kunst om continu de vertaalslag te maken van abstracte beleidsdoelen, zoals ‘CO2-neutraal’ of ‘klimaatadaptief’, naar wensen van bewoners, zoals een comfortabeler woning, of een mooiere en groenere wijk. De ontwerpteams hebben naar nieuwe structuren gezocht voor bewonersbetrokkenheid, zoals wijkfondsen, wijkbedrijven, coöperaties en ‘commons’. Niet iedereen kan of wil betrokken zijn. Verdiep je dus eerst in wie er in de wijk woont, en wees realistisch in hoeveel tijd, kennis en energie bewoners in kunnen zetten voor de wijk. 

“Spreadsheets verleiden niet, maar ontwerpschetsen die tot de verbeelding spreken wel!”

Ontwerpers zet verbeeldingskracht in

We zien dat ontwerpers zich in deze prijsvraag ook opwerpen als participatiemakelaars, bewonerscoaches, procesmanagers, financiële controllers, energie-en waterexperts, filosofen, essayisten, stadssociologen, ecologen, en cultuurhistorici. Kortom: ze nemen vele verschillende rollen op zich, of zorgen dat ze deze expertise binnen hun team aan boord haalden. Het is echter belangrijk om als ontwerper wel te blijven ontwerpen. Dat klinkt als een open deur, maar bewonersparticipatie of financiële onderbouwingen kunnen zoveel tijd opslokken in de planfase dat het ten koste gaat van de ruimtelijke uitwerking. En juist die ruimtelijke plannen vertegenwoordigen een eigen vakgebied en zijn zo belangrijk om alle betrokkenen te enthousiasmeren voor je plannen. Spreadsheets verleiden niet, maar ontwerpschetsen die tot de verbeelding spreken wel!